HR 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1169
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op o.m. geldbedragen onder ander dan klager t.z.v. verdenking van hennepteelt. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. toepasselijke maatstaf of buiten redelijke twijfel is dat derde die ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt als eigenaar moet worden aangemerkt en, zo ja, of zich situatie van art. 94a.4 of 94a.5 Sv voordoet. Door m.b.t. inbeslaggenomen geldbedragen als maatstaf aan te leggen dat “niet onwaarschijnlijk moet worden geacht dat de strafrechter die later over de zaak ten gronde oordeelt geldboete, betalingsverplichting aan Staat ter ontneming van w.v.v. en/of schadevergoedingsmaatregel ex. art. 36f Sr zal opleggen”, heeft Rb andere dan toepasselijke - en dus een onjuiste - maatstaf aangelegd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing (t.a.v. geldbedragen).
De uitspraak op rechtspraak.nl