HR 23 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1094

Medeplegen mensenhandel (meermalen gepleegd) door uit Polen afkomstige vrouwen naar Nederland over te brengen om daar prostitutiewerkzaamheden te verrichten, art. 273f.1 Sr. 1. Redelijke termijn in e.a. (16 maanden of 2 jaar). Beroep op overschrijding redelijke termijn in e.a. t.a.v. verdachte die t.t.v. behandeling in e.a. in vrijheid is gesteld. 2. Vordering b.p. Kon hof hoger bedrag aan materiële schadevergoeding toewijzen dan door b.p. is gevorderd? 3. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. In cassatie kan niet met vrucht worden geklaagd over overschrijding van redelijke termijn a.g.v. tijdsverloop voor bestreden uitspraak wanneer zaak in laatste feitelijke aanleg in tegenwoordigheid van verdachte en/of diens raadsman is behandeld en ttz. dergelijk verweer niet is gevoerd (vgl. ECLI:NL:HR:2000:AA7309 en ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Blijkens p-v ttz. in h.b. is zaak behandeld in aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman en is door of namens verdachte geen verweer gevoerd omtrent overschrijding van de redelijke termijn. Ad 2. Hof heeft t.z.v. post “gederfde inkomsten” aan b.p. toegewezen bedrag van € 32.800 terwijl b.p. zowel in e.a. als in h.b. t.z.v. deze post heeft gevorderd bedrag van € 28.800. Aldus heeft hof t.z.v. deze post € 4.000 meer heeft toegewezen dan door b.p. is gevorderd. Dit heeft tot gevolg dat door hof aan b.p toegewezen bedrag moet worden verminderd met € 4.000. Dit geldt ook voor bedrag waarvoor schadevergoedingsmaatregel t.b.v. slachtoffer is opgelegd. HR zal zelf in deze zin beslissen. Ad 3. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat t.b.v. in het arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ‘s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling opleggen van gelijke duur kan worden toegepast. CAG gaat t.a.v. beroep op redelijke termijn in op vraag of verdachte die zich deel van procedure in voorarrest bevindt en ander gedeelte op vrije voeten is, dient te worden aangemerkt als “verdachte die i.v.m. zaak in voorlopige hechtenis verkeert”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken