HR 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1012
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8 Wvggz). Ontvankelijkheid cassatieberoep; verhouding tussen Wvggz en Rv. Voorwaarde van art. 5:7, onder d, Wvggz dat psychiater die medische verklaring afgeeft, minimaal één jaar geen zorg heeft verleend aan betrokkene; ruimte voor belangenafweging indien niet aan die voorwaarde is voldaan? Motiveringsplicht m.b.t. vormen van verplichte zorg (art. 3:2 lid 2 Wvggz) waartoe de machtiging zich uitstrekt. Mogelijkheid om meer vormen van verplichte zorg toe te wijzen dan door de OvJ verzocht; uitleg verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 23 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 426 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 78 RO
- Artikel 81 RO
- Artikel 1:4 Wvggz
- Artikel 2:1 Wvggz
- Artikel 3:1 Wvggz
- Artikel 3:2 Wvggz
- Artikel 5:7 Wvggz
- Artikel 6:1 Wvggz
- Artikel 6:4 Wvggz
- Artikel 7:1 Wvggz
- Artikel 7:2 Wvggz
- Artikel 7:6 Wvggz
- Artikel 7:7 Wvggz
- Artikel 7:8 Wvggz
- Artikel 8:5 Wvggz
- Artikel 8:9 Wvggz