HR 18 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:972
Beklag, beslag ex art. 94 Sv onder klager op een scooter. Art. 23.2 Sv brengt mee dat klager had moeten worden opgeroepen voor de behandeling van het namens hem ingediende klaagschrift in de raadkamer. Uit de stukken kan niet van zo een oproeping blijken, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Dit verzuim brengt nietigheid van het onderzoek mee. Volgt vernietiging en terugwijzing. De HR ziet voorts aanleiding om e.e.a. op te merken over de bevoegdheid van het OM tot het verlenen van een machtiging a.b.i. art. 117 Sv. I.h.b. merkt de HR op dat uitoefening van deze bevoegdheid ex art. 126.1 RO kan worden opgedragen aan een andere bij het parket werkzame ambtenaar v.zv. het hoofd van het parket daarmee heeft ingestemd, dat deze mogelijkheid van mandaatverlening is geregeld in art. 3 van een Besluit van 6 mei 2013 en dat ook een ambtenaar die rechtspositioneel een politieambtenaar is, onder bijzondere omstandigheden kan hebben te gelden als een "andere bij het parket werkzame ambtenaar" a.b.i. art. 126.1 RO (vgl. ECLI:NL:HR:2003:AF3366).
De uitspraak op rechtspraak.nl