HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:932

Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Zorgplicht bank. Was executoriale verkoop bedrijfspanden onrechtmatig? Heeft bank voldoende rekening gehouden met belangen van de eigenaar van de bedrijfspanden?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02602
Datum 14 juni 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] B.V. ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [eiseres 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
tegen
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Rabobank,
niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/541590/HA ZA 13-531 van de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2013, 23 juli 2014 en 29 april 2015;

b. het arrest in de zaak 200.178.645/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 maart 2018.

[eisers] hebben tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen Rabobank is verstek verleend.

De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 juni 2019.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken