HR 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:910
Mishandeling (meermalen gepleegd) van 2 voormalige buurvrouwen, art. 300.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld. Kan binnen appeltermijn per fax verzonden brief van raadsvrouwe, inhoudende machtiging aan griffiemedewerker om appelschriftuur in te dienen, gelet op telefonische bevestiging griffiemedewerker worden aangemerkt als schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b.? Hof heeft kennelijk geoordeeld dat niettegenstaande mededeling van medewerker van strafgriffie dat h.b. op goede wijze was ingesteld, raadsvrouwe niet erop mocht vertrouwen dat op die dag appelakte zou worden opgemaakt noch dat haar brief als rechtsgeldige volmacht tot instellen van h.b. zou worden aangemerkt en daarop zijn uiteindelijke oordeel gegrond dat h.b. niet tijdig is ingesteld. Dat oordeel is niet begrijpelijk gelet op hetgeen raadsvrouwe van verdachte blijkens p-v ttz. in h.b. heeft aangevoerd aangaande verschrijving in haar brief en aangaande telefonisch contact op die dag tussen medewerker van griffie en medewerker van haar kantoor, zoals ook verwoord in akte instellen rechtsmiddel. Opmerking verdient dat in h.b. eventueel verzuim in volmacht voor gedekt moet worden gehouden indien ttz. in h.b. verdachte of een door hem ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar - zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd - heeft verklaard dat aan verlening van (onvolkomen) volmacht wens van verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) h.b. te doen instellen (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BV6999). Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl