HR 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:907
Syriëganger. Voorbereiden en/of bevorderen van moord en/of doodslag, begaan met terroristisch oogmerk (art. 289a.2 jo. 96.2 Sr) door zichzelf (feit 1) en door zijn broer (feit 2) door in een auto met geld, combatkleding en telefoons richting Syrië te rijden teneinde daar deel te nemen aan gewapende strijd, terwijl zijn broer reeds deelnam aan die strijd. Is met voldoende bepaaldheid gebleken op welk misdrijf voorbereidings- en bevorderingshandelingen zijn gericht? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:416, inhoudende dat voor bewezenverklaring van in art. 96.2 Sr bedoelde voorbereiding of bevordering van in art. 289a Sr omschreven misdrijven, voldoende is dat oogmerk van verdachte op voorbereiden of bevorderen van die misdrijven is gericht, zonder dat concretisering van voor te bereiden of te bevorderen misdrijf naar tijdstip, plaats en wijze van uitvoering is vereist en dat daarom slechts is vereist dat met voldoende bepaaldheid blijkt op welk in art. 289a Sr omschreven misdrijf nader aan art. 96.2 Sr ontleende voorbereidings- of bevorderingshandelingen waren gericht. Hof heeft o.m. vastgesteld dat verdachte onderweg was naar zijn broer in Syrië om daar deel te nemen aan gewapende strijd en dat Whatsapp-conversatie tussen verdachte en zijn broer o.m. bepaalde zinsneden bevat. Voorts heeft Hof in aanmerking genomen dat moord en doodslag onderdeel uitmaakten van gewapende strijd in Syrië in de tlgd. periode. Bovendien heeft Hof overwogen dat die vaststellingen, bezien in onderlinge samenhang met feitelijke gedragingen die Hof in bewezenverklaring onder 1 en onder 2A heeft vermeld, tot conclusie leiden dat verdachte tevens oogmerk had om moord en/of doodslag met terroristisch oogmerk voor te bereiden en/of te bevorderen. Aldus heeft Hof als zijn - niet van onjuiste rechtsopvatting getuigende en niet onbegrijpelijke - oordeel tot uitdrukking gebracht dat met voldoende bepaaldheid is gebleken dat gedragingen van verdachte waren gericht op in art. 289a Sr omschreven misdrijven moord en/of doodslag met terroristisch oogmerk en dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte oogmerk had op voorbereiden en/of bevorderen daarvan. Volgt verwerping. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:416.
De uitspraak op rechtspraak.nl