HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:813

Rijden terwijl aan hem ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen was opgelegd (art. 9.1 WVW 1994). Heeft verdachte snorfiets bestuurd gedurende tijd dat hem bevoegdheid daartoe bij rechterlijke uitspraak was ontzegd? Anders dan Hof heeft geoordeeld, kan uit omstandigheid dat verdachte blijkens onherroepelijk vonnis Pr van 3-10-2012 is veroordeeld tot 12 maanden ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen en omstandigheid dat kennisgeving ontzegging rijbevoegdheid op 4-12-2012 aan hem is uitgereikt niet z.m. worden afgeleid dat tlgd. feit (pleegdatum 5-11-2014) is begaan gedurende periode dat hem bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is ontzegd. Mede gelet op art. 180 WVW 1994, kan niet louter uit kennisgeving en betekening daarvan worden afgeleid van wanneer tot wanneer die ontzegging van kracht was. Dat volgt evenmin uit p-v van politie betreffende staande houding verdachte. Bewezenverklaring is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/02315, 17/02316 en 17/02318.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen