HR 4 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:782

Economische zaak. Illegaal taxivervoer, art. 76.1 Wet personenvervoer 2000. Is sprake van het verrichten van taxivervoer a.b.i. art. 76.1 Wp 2000 indien daadwerkelijke betaling achterwege is gebleven? Opvatting dat uitsluitend sprake kan zijn van het verrichten van 'taxivervoer' - waaronder ex art. 1 Wp 2000 wordt verstaan: personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer - indien de betaling voor dit vervoer daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is te beperkt en dus onjuist. ’s Hofs oordeel dat i.c. sprake was van personenvervoer tegen betaling en dus ‘taxivervoer’ a.b.i. art. 76.1 Wp 2000 omdat het door verdachte verrichte vervoer hem aanspraak gaf op betaling van het door hem gevraagde bedrag van € 5,- is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen de door Hof vastgestelde omstandigheden, erop neerkomend dat verdachte twee voor hem onbekende personen nabij een bushalte heeft benaderd en gelegenheid heeft gegeven in te stappen in zijn auto, en hij deze personen vervolgens heeft vervoerd naar een door hen opgegeven bestemming, waarna hij deze personen uitdrukkelijk om betaling heeft gevraagd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen