HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:671
Uitlevering ter strafvervolging aan Verenigde Staten. Middelen over 1. verwerping verweer dat uitlevering opgeëiste persoon zal blootstellen aan risico van dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM en 2. kwalificatie naar NL recht van feit waarvoor uitlevering wordt verzocht als deelnemen aan criminele organisatie a.b.i. art. 140 Sr. HR t.a.v. middelen: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Rb heeft uitlevering toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “van het feit omschreven in het hiervoor genoemde uitleveringsverzoek”. Noch de bestreden uitspraak noch voormeld uitleveringsverzoek behelst een omschrijving van dit feit. HR herstelt dit verzuim door uitlevering toelaatbaar te verklaren voor het feit dat is omschreven in de “Affidavit in Support of Request for Extradition”.
De uitspraak op rechtspraak.nl