HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:670
Bedreiging via livestream op Facebook, art. 285.1 Sr. 1. Bewijsklacht, en 2. uos straftoemeting. HR: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
23 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/03261
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van
21 juni 2017, nummer 22/000883-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.T.C.M. Crepin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.