HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:661

Diefstal d.m.v. braak in woning, art. 311.1.5 Sr. Voldoende belang bij vernietiging, nu bewezenverklaard plegen niet uit b.m. volgt maar medeplegen wel? HR: Op gronden vermeld in CAG heeft verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang bij vernietiging van bestreden uitspraak. Volgt verwerping. CAG: Uit ’s Hofs vaststellingen kan worden afgeleid dat verdachte betrokken is geweest bij de tlgd. woninginbraak, maar niet blijkt daaruit dat het (juist) verdachte is geweest die alle delictsbestanddelen zelf heeft vervuld. Bewezenverklaring van plegen is daarom onvoldoende met redenen omkleed. Weinig twijfel lijdt echter dat Hof o.g.v. zijn in cassatie niet betwiste vaststellingen z.m. had kunnen komen tot bewijs van diefstal met braak in vereniging gepleegd. Wetgever heeft in art. 311.1.4 Sr tot uitdrukking gebracht dat het door "twee of meer verenigde personen" begaan van diefstal ernstiger is dan het als solo-pleger begaan van diefstal. Voorts heeft Hof in strafmotivering geen waarde toegekend aan omstandigheid dat verdachte diefstal met braak zelfstandig heeft gepleegd of daarin buitengewoon groot aandeel had. Daar staat wel tegenover dat Hof verdachte van medeplegen heeft vrijgesproken en oordeel of van bewuste en nauwe samenwerking sprake is geweest, is verweven met vaststellingen van feitelijke aard. Bij deze stand van zaken is niet uitgesloten dat verdachte rechtens te respecteren belang bij cassatie zou kunnen zien, maar dat belang is bepaald niet evident. Dan mag in redelijkheid worden verlangd dat belang in cassatieschriftuur wordt toegelicht. Zo een toelichting ontbreekt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen