HR 8 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:6

Medeplegen van opzettelijk inbreuk maken op auteursrecht (meermalen gepleegd) door groot aantal ondernemers brief met acceptgirokaart te sturen met verzoek tot betaling van jaarlijkse bijdrage aan Kamer van Koophandel waarbij woordmerk ‘KvK’ is gebruikt, art. 31b Auteurswet. Is de lettercombinatie 'KvK', in de bewezenverklaring omschreven als het woordmerk van de Kamer van Koophandel Nederland, een auteursrechtelijk beschermd werk? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY1529 m.b.t. betekenis van begrip ‘werk’ a.b.i. Auteurswet. Uitgaande van dit toetsingskader heeft Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat de lettercombinatie ‘KvK’, die door Kamer van Koophandel als woordmerk is gedeponeerd in het merkenregister, een 'werk' is a.b.i. art. 10.1 en 31a.1 Auteurswet. Dat oordeel is niet begrijpelijk. Hof heeft immers nagelaten te motiveren waarom letters ’KvK’ een eigen, oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van (Kamer van Koophandel als) maker dragen. De enkele omstandigheid dat die lettercombinatie als woordmerk is gedeponeerd, vormt zo een redengeving niet. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/01813 en 17/03410.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken