HR 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:536

Valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr) 1. Toewijzing vordering b.p. in Britse ponden. 2. Oplegging schadevergoedingsmaatregel in Britse ponden. Moment van omrekening. Ad. 1. Opvatting dat b.p. geen betaling kan vorderen van in buitenlands geld uitgedrukte vordering en deze vordering niet in buitenlands geld kan worden toegewezen, is onjuist. Op vordering b.p. is het materiële burgerlijk recht en dus art. 6:123 BW van toepassing. Hof heeft vordering kunnen toewijzen en verdachte tot betaling van £ 120.000,- kunnen veroordelen. HR verwijst verder naar in art. 6:121 t/m 6:126 BW vervatte regeling voor voldoening van geldbedrag dat is uitgedrukt in andere valuta. Ad. 2. De ex art. 36f Sr opgelegde betalingsverplichting (schadevergoedingsmaatregel) kan in gevallen als i.c. ook worden uitgedrukt in buitenlands geld en behoeft niet te worden uitgedrukt in Nederlands geld. HR komt terug van overweging in ECLI:NL:HR:2010:BL1454 waaruit anders kan worden afgeleid, nu daar gehanteerde motivering bij uitstek is toegesneden op betalingsverplichting a.b.i. art. 36e Sr en die argumenten niet voldoende rechtvaardiging bieden om daaraan te ontlenen dat bedrag van schadevergoedingsmaatregel, anders dan vordering van betrokkene die schade heeft geleden, altijd in euro's dient te worden uitgedrukt. HR merkt nog op dat indien betalingsverplichting ex art. 36f Sr is uitgedrukt in buitenlands geld en tegenwaarde in Nederlands geld moet worden bepaald, omrekening in euro's geschiedt naar de koers van de dag waarop betaling plaatsvindt. Voor berekening van duur van ex art. 36f.8 jo. 24c Sr te bepalen vervangende hechtenis kan uit praktisch oogpunt worden aangesloten bij - globaal - tegenwaarde op dag van beslissing. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. oplegging schadevergoedingsmaatregel in Britse ponden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken