HR 26 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:435
Strafmotivering. Hof veroordeelt verdachte wegens opzettelijk in aangifte inkomstenbelasting te laag belastbaar bedrag opgeven (art. 69.2 AWR) tot o.m. geldboete van € 100.000,- en zoekt bij vaststelling hoogte geldboete aansluiting bij fiscale vergrijpboete die inspecteur i.c. zou hebben opgelegd. Heeft Hof, dat is uitgegaan van bedrag aan verzwegen inkomen van € 400.000,-, miskend dat vergrijpboete percentage bedraagt van bedrag aan ontdoken belasting en niet percentage van bedrag dat als belastbaar inkomen had moeten worden opgegeven? HR zet uiteen dat fiscale vergrijpboeten worden berekend als percentage van belasting over verzwegen en alsnog belast inkomen (art. 67d AWR), dat belasting op belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang 25% bedraagt (art. 2.12 Wet IB 2001), dat inspecteur bij opzet vergrijpboete van 50 % oplegt en dat bij strafverzwarende omstandigheden vergrijpboete kan worden verhoogd tot max. 100 % (par. 8 en 25 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst). ’s Hofs oordeel dat "verdachte 25 % van het ontdoken bedrag aan boete [zou] hebben moeten betalen bij een afdoening door de fiscus" en dat "een geldboete van € 100.000,- daarom passend" is, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Indien Hof is uitgegaan van 25 % van het verzwegen inkomen, heeft Hof miskend dat vaststelling fiscale vergrijpboete wordt berekend als percentage van bedrag van aanslag over verzwegen inkomen. Indien Hof dat niet heeft miskend en is uitgegaan van percentage van bedrag van aanslag, heeft Hof verzuimd te motiveren op welke gronden is uitgegaan van vergrijpboete van 100 %. Volgt vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl