HR 26 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:429
Poging tot doodslag door ander met stanleymes in hals, borst en arm te snijden, nadat die ander tegen voordeur van woning van verdachte heeft geschopt en geslagen en verdachte, die in deuropening van zijn woning stond, heeft geslagen, art. 287 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis. Hof heeft beroep op noodweer verworpen op de grond dat meermalen maken van slaande beweging met stanleymes in richting van (ontbloot) bovenlijf van ander buitenproportionele reactie is die niet in redelijke verhouding staat tot ernst van wederrechtelijke aanranding die bestaat uit slaan met blote handen. HR: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
26 maart 2019
Strafkamer
nr. S 17/03248
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 juni 2017, nummer 20/000362-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2019.