HR 26 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:425

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94a Sv op n.a.v. Nederlands rechtshulpverzoek, waarin verkeerd huwelijksregime van klaagster is vermeld, door Belgische autoriteiten onder klaagster inbeslaggenomen voorwerpen ten laste van echtgenoot van klaagster, t.b.v. verhaal van aan hem op te leggen ontnemingsmaatregel. Dient in door Nederlandse OvJ gedaan rechtshulpverzoek vermelde onzorgvuldigheid dat klaagster met haar echtgenoot in gemeenschap van goederen is gehuwd te leiden tot gegrondverklaring klaagschrift en opheffing conservatoir beslag? HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2013:130 m.b.t. situatie waarin teruggave van inbeslaggenomen voorwerp wordt verzocht met beroep op f&o op grond waarvan beslaglegging van onwaarde moet worden geacht. Oordeel Rb dat inbeslagneming op onjuiste grond is gedaan en dat reeds daarom beslag op alle voorwerpen behoort te worden opgeheven, is niet begrijpelijk, nu opgave van verkeerd huwelijksregime niet een formaliteit is waardoor beslaglegging van onwaarde moet worden geacht, mede in aanmerking genomen dat niet is komen vast te staan dat onjuiste informatieverstrekking ertoe heeft geleid dat Belgische autoriteiten op de voet van deze informatie rechtens niet toelaatbare vorm van rechtshulp hebben geboden. Daarvan uitgaande had Rb, nu ex art. 94a Sv beslag rust op de inbeslaggenomen voorwerpen en klaagster als derde ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt, moeten onderzoeken of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat klaagster als (enige) eigenaar van die voorwerpen moet worden aangemerkt en, indien zij als eigenaar wordt aangemerkt, moeten onderzoeken of zich situatie van art. 94a.4 of art. 94a.5 Sv voordoet (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BL2823). Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen