HR 19 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:386

Diefstal d.m.v. valse sleutel door met gestolen pinpas geldbedrag op te nemen van bankrekening van ander (meermalen gepleegd), art. 311.1.5 Sr. Bewijsklachten (herkenning verdachte, eigen waarneming Hof, gebruik foto’s voor bewijs en verweer dat andere persoon op foto staat afgebeeld). HR: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

19 maart 2019
Strafkamer
nr. S 17/02898
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 24 mei 2017, nummer 21/006600-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2019.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken