HR 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:381
Profijtontneming, w.v.v. uit invoer cocaïne. Hoofdelijke betalingsverplichting, art. 36e.7 Sr. Hof heeft beslissing tot oplegging van hoofdelijke betalingsverplichting niet gemotiveerd. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:884 m.b.t. de mogelijkheid om in geval van “gemeenschappelijk voordeel” hoofdelijke betalingsverplichting op te leggen. Hof heeft het totale w.v.v. uit soortgelijke feiten als welke in strafzaak zijn bewezenverklaard geschat op € 129.055,76 en heeft aan betrokkene een hoofdelijke betalingsverplichting opgelegd ter ontneming van dat bedrag. Het heeft dit oordeel t.a.v. de hoofdelijkheid echter niet gemotiveerd. Gelet op hetgeen is vooropgesteld en in aanmerking genomen dat betrokkene in strafzaak is veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet, klaagt het middel daarover terecht. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl