HR 12 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:343
Terroristische aanslag moskee Enschede. Medeplegen brandstichting door molotovcocktails naar moskee te gooien waarna grasveld bij moskee vlam heeft gevat, terwijl feit is gepleegd met terroristisch oogmerk (art. 157 jo. 176a Sr). “Terroristisch misdrijf” a.b.i. art. 83.2 Sr. EU kaderbesluit terrorismebestrijding en ruimere reikwijdte Nederlandse implementatie daarvan. Plicht tot kaderbesluitconforme uitleg? Opvatting dat bepaling die ter implementatie van kaderbesluit in WvSr is opgenomen of is gewijzigd, door Nederlandse rechter volledig conform bepalingen van dat kaderbesluit moet worden uitgelegd ingeval Nederlandse bepaling ruimere reikwijdte heeft dan waartoe kaderbesluit Nederlandse wetgever verplicht, is onjuist. Daarbij neemt HR in aanmerking dat plicht tot kaderbesluitconforme uitleg bestaat indien doel en volle werking van kaderbesluit daarzonder niet worden bereikt (vgl. HvJ EU ECLI:EU:C:2016:835). Art. 83 en 176a Sr bieden geen grond voor oordeel dat met kaderbesluit beoogd resultaat - te waarborgen dat terroristische misdrijven doeltreffend kunnen worden vervolgd binnen EU - door ruimere Nederlandse implementatie van dat kaderbesluit niet wordt bereikt. Gelet hierop bestaat geen aanleiding tot stellen van prejudiciële vragen aan HvJ EU. Volgt verwerping. Samenhang met 18/01090 en ECLI:NL:HR:2019:262.
De uitspraak op rechtspraak.nl