HR 12 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:340
Bedreiging (art. 285.1 Sr), belaging (art. 285b.1 Sr) en belediging (art. 266.1 Sr) van ex-vriendin. Hof heeft aan verdachte t.z.v. deze feiten contactverbod t.a.v. ex-vriendin en gebiedsverbod opgelegd als bijzondere voorwaarde bij voorwaardelijke taakstraf (niet dadelijk uitvoerbaar), terwijl Hof t.z.v. dezelfde feiten hetzelfde contact- en gebiedsverbod heeft opgelegd als vrijheidsbeperkende maatregel (dadelijk uitvoerbaar), art. 14c.2.5, 14c.2.6 en 38v Sr. 1. Contact- en gebiedsverbod als bijzondere voorwaarde en vrijheidsbeperkende maatregel voor dezelfde feiten toegestaan? 2. Ambtshalve: Duur vervangende hechtenis, art. 38w.3 Sr. Ad 1. Opvatting dat het rechter niet vrijstaat om m.b.t. dezelfde persoon gelijktijdig contactverbod en gebiedsverbod op te leggen zowel ex art. 14c Sr (als bijzondere voorwaarde) als ex art. 38v Sr (als vrijheidsbeperkende maatregel), vindt geen steun in het recht (vgl. ECLI:NL:HR:2019:338). Ad 2. Hof heeft verdachte t.z.v. bewezenverklaarde feiten o.m. veroordeeld tot vrijheidsbeperkende maatregel van 1 jaar. Daarbij heeft Hof bevolen dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan maatregel wordt voldaan en bepaald dat duur van deze vervangende hechtenis 3 dagen bedraagt voor iedere keer dat niet aan maatregel wordt voldaan, met maximum van 1 jaar. Art. 38w.3 Sr houdt in dat totale duur van tenuitvoergelegde vervangende hechtenis bij opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel ten hoogste 6 maanden bedraagt. Door Hof bepaalde maximale duur van vervangende hechtenis is met dit voorschrift in strijd. HR leest bestreden uitspraak met verbetering van die misslag en verstaat dat Hof maximale duur van vervangende hechtenis bij opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel heeft bepaald op 6 maanden.
De uitspraak op rechtspraak.nl