HR 12 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:218

Medeplegen gewoonteheling (art. 417 jo. 416.1.a Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr) door samen met zijn broer op zeer grote schaal en in georganiseerd verband uit bedrijfsbusjes gestolen gereedschappen te verkopen. 1. Nietigheid dagvaarding t.a.v. deelneming aan criminele organisatie. 2. Bewijsklachten gewoonteheling. 3. Bewijsklachten deelneming aan criminele organisatie. 4. Strafmotivering. 5. Teruggave gereedschap aan rechthebbenden. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/02377, 17/02436, 17/02458 P, 17/02459 en 17/03567.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

12 februari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02460
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer
21/004945-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in

Verbonden uitspraken