HR 10 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1932
Profijtontneming, w.v.v. uit zich ontdoen van gevaarlijke stoffen, begaan door rechtspersoon. OM ontvankelijk in ontnemingsvordering, nu vordering niet binnen in art. 511b.1 Sv genoemde termijn van 2 jaren na strafvonnis e.a. aanhangig is gemaakt? Uit wetsgeschiedenis volgt dat in art. 511b.1 Sv genoemde termijn waarborgfunctie heeft t.b.v. betrokkene, in die zin dat ook in gevallen waarin uitvoerig en tijdrovend financieel onderzoek plaatsvindt, aan betrokkene na verloop van tijd duidelijkheid wordt verschaft of OM overgaat tot instellen van ontnemingsvordering. Tevens draagt voorschrift van art. 511b.1 Sv bij aan behandeling van ontnemingsvordering binnen redelijke termijn. In wet wordt aan niet-naleving van in art. 511b.1 Sv genoemde termijn geen rechtsgevolg verbonden. Wetsgeschiedenis houdt in dat overschrijding van genoemde termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid OvJ. Die wetsgeschiedenis dwingt echter niet ertoe dat rechtsgevolg van niet-ontvankelijkheid zonder uitzondering moet worden verbonden aan overschrijding van die termijn. Bijzondere omstandigheden kunnen met zich brengen dat belangen die art. 511b.1 Sv beoogt te beschermen, niet wezenlijk in geding zijn en dat rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring in ontnemingsvordering achterwege wordt gelaten. Hof heeft verweer verworpen dat OvJ niet kan worden ontvangen in op 8-11-2012 opnieuw aangebrachte ontnemingsvordering. Hof heeft daarbij betrokken dat (i) OvJ al op 6-12-2010 (binnen 2 jaren na strafvonnis Rb d.d. 5-2-2009) op dezelfde grondslag en, behoudens nadien aangebrachte correctie in voordeel van betrokkene, hetzelfde bedrag betrekking hebbende ontnemingsvordering aanhangig had gemaakt, (ii) betrokkene door die op 6-12-2010 aangebrachte ontnemingsvordering binnen in art. 511b.1 Sv genoemde termijn op de hoogte is geraakt dat tegen hem ontnemingsvordering werd ingesteld en (iii) na uitspraak Rb, waarin deze zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van ontnemingsvordering, niet onnodig is getalmd met opnieuw aanbrengen van ontnemingsvordering met oproeping voor wel bevoegde rechter te verschijnen. Aldus heeft Hof zonder blijk te geven van onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk kunnen oordelen dat omstandigheid dat ontnemingsvordering op 8-11-2012 opnieuw is aangebracht, niet tot gevolg heeft dat OvJ niet in ontnemingsvordering kan worden ontvangen. Volgt verwerping. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl