HR 10 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1918
Belediging van politieagent, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn verzet tegen strafbeschikking, nu verzet te laat is gedaan. Kan worden vastgesteld dat strafbeschikking in persoon aan verdachte is uitgereikt, nu geen aantekening is gedaan van uitreiking in landelijke registers? Art. 257d.1 Sv en art. 2.2. Besluit OMafdoening. Hof heeft bij zijn oordeel dat verzet te laat is gedaan betrokken dat strafbeschikking in persoon aan verdachte is uitgereikt a.b.i. art. 257d.1 Sv en dat daarmee op die dag termijn voor doen van verzet is aangevangen. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. HR neemt daarbij in aanmerking dat p-v’s van politie dezelfde bewijskracht hebben als afzonderlijke aantekening van uitreiking in daarvoor bestemde landelijke registers a.b.i. art. 2.2.1 Besluit OMafdoening (vgl. ECLI:NL:HR:1995:ZC9914), terwijl Hof uit die p-v’s heeft kunnen afleiden, zoals het kennelijk heeft gedaan, dat aantekening is gehouden van in art. 2.2.2 Besluit OMafdoening vermelde gegevens. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl