HR 19 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1806

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285 Sr) van ex-vrouw, tevens de moeder van zijn kinderen door ’s nachts haar slaapkamer binnen te gaan en met een mesje in de hand o.m. te zeggen “ik steek je dood!”. Vrijheidsbeperkende maatregel, art. 38v Sr. Proportioneel en noodzakelijk i.h.l.v. art. 8 EVRM? Hof heeft maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid opgelegd die o.m. inhoudt dat veroordeelde voor de duur van vijf jaren geen contact zal opnemen, zoeken of hebben met zijn drie kinderen, tenzij een dergelijk contact noodzakelijk is i.h.k.v. afspraken die over hun omgang worden gemaakt en v.zv. de gezinsvoogd daarbij betrokken is. Deze maatregel is opgelegd ter bescherming van zijn ex-vrouw en de kinderen. Bij de oplegging daarvan heeft Hof de omstandigheden betrokken waaronder bewezenverklaarde is begaan, te weten ’s nachts in het huis van zijn ex-vrouw, waar op dat moment ook twee van de drie kinderen sliepen. Voorts heeft Hof acht geslagen op houding en recidiverisico van verdachte. Op basis daarvan is Hof tot het – niet-onbegrijpelijke - oordeel gekomen dat er ernstig rekening mee dient te worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen, dan wel zich belastend zal gedragen jegens zijn ex-vrouw en hun kinderen. Het hierop gebaseerde oordeel van Hof dat de aan verdachte opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel - ook i.h.l.v. het door art. 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven - proportioneel en noodzakelijk is, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt HR in aanmerking dat, anders dan het middel kennelijk tot uitgangspunt neemt, het contact tussen verdachte en zijn kinderen gedurende deze periode niet onmogelijk is, maar is beperkt tot contact waarbij de gezinsvoogd is betrokken en dat plaatsvindt i.h.k.v. afspraken over de omgang met de kinderen. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen