HR 12 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1758
Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en voorhanden hebben van munitie en pepperspray (art. 26.1 WWM). Strafmotivering. Hof heeft in Italië woonachtige verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf van 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, en daartoe o.m. overwogen dat het geen taakstraf zal opleggen mede omdat verdachte niet langer in Nederland woonachtig is. Heeft Hof de mogelijkheid van tul van een taakstraf in een andere lidstaat van EU dan Nederland miskend? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/03654 P.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/03656
Datum 12 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 augustus 2018, nummer 21/002634-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.