HR 8 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1541

Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat ex art. 260.5 Sv vertaling oproeping tz. in e.a. aan verdachte (Roemeense nationaliteit), die in e.a. niet ttz. is verschenen, had moeten worden verstrekt? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5706 m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn. Hof heeft vastgesteld dat oproeping voor tz. in e.a. aan verdachte in persoon is betekend, zodat o.g.v. art. 408.1.a Sv binnen 14 dagen na einduitspraak h.b. had moeten worden ingesteld. Op grond hiervan heeft Hof geoordeeld dat namens verdachte op 20-12-2017 ingesteld h.b. tegen op 9-11-2016 gewezen vonnis van Ktr te laat is ingesteld. Namens verdachte gevoerd verweer dat overschrijding van termijn voor instellen van h.b. verontschuldigbaar is, heeft Hof verworpen door te overwegen dat uit faxbericht van advocaat van 8-11-2016 kan worden opgemaakt dat verdachte op de hoogte was van tz. in e.a. van 9-11-2016 en dat daaraan niet afdoet dat - in strijd met art. 260.5 Sv - geen schriftelijke vertaling van oproeping in Roemeense of andere voor verdachte begrijpelijke taal is verstrekt. Dat oordeel is, mede gelet op inhoud van faxbericht waaruit Hof niet-onbegrijpelijk heeft afgeleid dat verdachte contact had opgenomen met zijn advocaat, die vervolgens aan Rb heeft meegedeeld dat verdachte niet naar zitting komt omdat dagvaarding niet was vertaald, niet onbegrijpelijk. ‘s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat overschrijding van termijn voor instellen van h.b. niet verontschuldigbaar is en verdachte daarom n-o dient te worden verklaard in ingesteld h.b., getuigt dus niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken