HR 8 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1463
Afdreiging door zich voor te doen als chauffeur van gefingeerde prostituee en potentiële klant geld afhandig te maken d.m.v. bedreiging dat bij niet-betaling diens echtgenote op de hoogte zou worden gebracht van diens wens om prostituee te bezoeken, art. 318.1 Sr. Is sprake van bedreiging met ‘openbaarmaking’ van geheim a.b.i. art. 318.1 Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1932, p. 430, inhoudende dat onder geheim in de zin van art. 318 Sr moet worden verstaan hetgeen slechts aan enkelen bekend is en wat bedreigde verborgen wil houden en onder openbaring daarvan niet alleen ter algemene kennis brengen maar ook bekendmaken met strekking dat geheim bij persoon of personen, voor wie bedreigde dat verborgen wil houden, bekend wordt. Opvatting dat van ‘openbaring’ van geheim in de zin van art. 318.1 Sr eerst sprake kan zijn wanneer bekendmaking ertoe strekt meer dan één persoon van geheim op de hoogte te brengen, is gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven onjuist. Voor ‘openbaring’ van geheim volstaat dat wijze van bekendmaking ertoe strekt geheim ter kennis te brengen van persoon voor wie bedreigde dat geheim verborgen wil houden. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl