HR 17 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1345
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op woning, bankrekeningen, auto’s en geldbedragen onder klager i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen klager t.z.v. verdenking van (gewoonte)witwassen. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman tijdens behandeling in raadkamer teneinde door OvJ doorgestuurde stukken (exploten, bevelen en p-v’s conservatoir beslag) te kunnen doorlezen, door Rb (in dit stadium van onderzoek) afgewezen o.g.v. overweging dat klager extra stukken reeds in eerder stadium heeft ontvangen en raadsman dus bekend zou moeten zijn met stukken. Aanhoudingsverzoek toereikend gemotiveerd afgewezen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/01486 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/01485
Datum 17 september 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 maart 2018, nummer RK 18/224, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
hierna: de klager.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2019.