HR 8 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:13

Verstoring gemeenteraadsvergadering Zeist door demonstranten. Medeplegen van door verwekken van wanorde een geoorloofde openbare vergadering opzettelijk storen (art. 144 Sr) en medeplegen van wederrechtelijk in voor openbare dienst bestemd lokaal vertoevende, zich niet op vordering van bevoegde ambtenaar aanstonds verwijderen (art. 139.1 Sr). Is een vordering gedaan door de griffier van de gemeenteraad een vordering van de bevoegde ambtenaar a.b.i. art. 139.1 Sr? Tegen de achtergrond van de wetsgeschiedenis van art. 138 en 139 Sr moet worden aangenomen dat de woorden 'vordering van den "bevoegden" ambtenaar' in art. 139.1 Sr enkel tot uitdrukking brengen dat de vordering moet zijn gedaan vanwege de rechthebbende - bijv. de Staat of gemeente - van het voor de openbare dienst bestemde lokaal. Die vordering zal doorgaans worden gedaan door een aldaar werkzame ambtenaar, onder wie is begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AO2599). Gelet op doel en strekking van art. 139.1 Sr en in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de griffier met instemming van de burgemeester optrad, waarin besloten ligt dat de griffier de vordering deed namens de gemeente als rechthebbende, geeft 's Hofs verwerping van het verweer niet blijk van een onjuiste uitleg van art. 139.1 Sr. Volgt verwerping. Samenhang met ECLI:NL:HR:2018:2397 (wrakingsprocedure), 16/06291, 16/06328 en 16/06330.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken