HR 5 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:116

Opzetheling fiets, art. 416.1.a Sr. N-o verklaring in verzet tegen strafbeschikking. Kan uit omstandigheid dat verdachte opgelegde strafbeschikking na ingesteld verzet alsnog heeft betaald, worden afgeleid dat hij afstand heeft gedaan van zijn bevoegdheid tot het doen van verzet a.b.i. art. 257e.1 Sv? In art. 257e.1 Sv is bepaald dat verzet niet kan worden gedaan indien reeds vrijwillig aan strafbeschikking is voldaan dan wel na schriftelijke afstand van bevoegdheid tot het doen van verzet. Intrekking van een gedaan verzet wordt mogelijk gemaakt in lid 8; daarbij is niet bepaald dat intrekking kan geschieden door vrijwillig aan strafbeschikking te voldoen. Uit het samenstel van deze bepalingen volgt dat een eenmaal gedaan verzet niet vervalt enkel door daarna vrijwillig te voldoen aan strafbeschikking. Zulks komt ook overeen met de regeling over intrekken en afstand doen van gewone rechtsmiddelen in art. 453 e.v. Sv (vgl. ECLI:NL:HR:2017:3220). Andersluidend oordeel Hof is onjuist. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken