HR 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1058

Opzettelijk belemmeren van ambtshandeling ter uitvoering van wettelijk voorschrift door politieagent te belemmeren bij aanhouding van ander die werd verdacht van openbare dronkenschap, art. 184.1 Sr. Ondervragingsrecht verbalisanten, art. 6.3.d EVRM. Vindt betrokkenheid verdachte in voldoende mate steun in andere b.m.? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:1016 m.b.t. ondervragingsrecht en vraag wanneer bewezenverklaring in beslissende mate steunt op verklaring van een niet door verdediging ondervraagde getuige. Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de verklaringen van de verbalisanten als getuigen bruikbaar zijn voor het bewijs, nu de betrokkenheid van verdachte niet in beslissende mate op die verklaringen is gebaseerd maar in voldoende mate steun vindt in de tot het bewijs gebezigde verklaring van verdachte. In het licht van de inhoud van de gebezigde b.m. geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt HR in aanmerking dat de verklaringen van de betreffende verbalisanten slechts ten dele door verdediging zijn betwist, terwijl Hof op grond van niet betwiste onderdelen van die verklaringen tezamen met voornoemde verklaring van verdachte en het p-v van andere verbalisanten heeft kunnen oordelen dat opzettelijk belemmeren van ambtshandeling ter uitvoering van wettelijk voorschrift bewezen kon worden geacht. Volgt verwerping. Samenhang met 17/02995 en 17/02141 (niet gepubliceerd, art. 80a RO).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken