HR 25 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1026

Mensenhandel door voordeel te trekken uit uitbuiting van uit buitenland afkomstige prostituee en haar te bewegen tot afdracht van prostitutieopbrengsten (art. 273f.1.6 en 273f.1.9 Sr) en witwassen van contante geldbedragen en scooter (art. 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht mensenhandel. Is sprake van uitbuiting? 2. Bewijsklacht witwassen. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1941 m.b.t. uitleg van bestanddeel “uitbuiting”, welk bestanddeel moet worden aangemerkt als impliciet bestanddeel van art. 273f.1.9 Sr. Uit ’s Hofs bewijsvoering volgt niet z.m. dat bij bewezenverklaarde gedragingen sprake was van uitbuiting, zoals hiervoor aan de orde gesteld. Ad 2. HR: Op grond vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Gelet op slagen van middel over mensenhandel, vervalt vaststelling van misdrijf waaruit scooter en geldbedragen afkomstig zijn. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 16/03440 en 16/05176.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken