HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:892

Mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft bij een uitgaansgelegenheid in Zeeland. Art. 300 Sr. Middelen m.b.t. begrijpelijkheid strafmaatoverweging, de vraag of is beraadslaagd o.g.v. het o.t.tz. in e.a. en de verwerping van het beroep op noodweer. HR: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

12 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/06237
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 november 2016, nummer 20/000393-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juni 2018.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in

Verbonden uitspraken