HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:783

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepkwekerij. Hoofdelijke aansprakelijkheid ex art. 36e.7 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:878 m.b.t. het beperkte aantal gevallen waarin hoofdelijke aansprakelijkheid zich zal voordoen. ‘s Hofs oordeel dat de betalingsverplichting hoofdelijk moet worden opgelegd is niet toereikend gemotiveerd. Aan de - door Hof niet met een verwijzing naar concrete aan het dossier ontleende aanwijzingen gemotiveerde - omstandigheden dat de inkomsten uit de hennepkwekerij gebruikt "zouden worden om de gezamenlijke schulden af te lossen dan wel een bepaalde gezamenlijke levensstandaard hoog te houden" en dat betrokkene destijds met haar echtgenoot in gemeenschap van goederen was getrouwd, kan niet z.m. worden ontleend dat betrokkene daadwerkelijk gezamenlijk met haar toenmalige echtgenoot de beschikking heeft gehad over de gehele opbrengst van de hennepkwekerij en dat op die grond het w.v.v. voor het geheel als gemeenschappelijk voordeel aan betrokkene kan worden toegerekend. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders. Samenhang met 16/05105.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken