HR 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:77

Economische zaak. Medeplegen van het huisvesten van varkens i.s.m. art. 5.2 Varkensbesluit (oud) begaan door een rechtspersoon terwijl verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven (meermalen gepleegd). Uitleg van het begrip "de oppervlakte van het dichte deel" van de voor gelten of zeugen zonder biggen beschikbare vloer a.b.i. deze bepaling. Blijkens de nota van toelichting strekt art. 5.2 Varkensbesluit (oud) ertoe te garanderen dat een gelt of zeug over voldoende ligruimte op een dichte vloer beschikt. Gelet hierop moet worden aangenomen dat onder "de oppervlakte van het dichte deel" van de beschikbare vloer a.b.i. deze bepaling moet worden verstaan het dichte deel waarop een gelt of zeug vrij, dus zonder gehinderd te worden door enig obstakel, kan liggen. ´s Hofs kennelijke oordeel dat voor het bepalen van de oppervlakte daarvan uitsluitend aaneengesloten dichte delen van de vloer in aanmerking dienen te worden genomen, geeft derhalve niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. HR merkt op dat hetgeen hiervoor is overwogen ook van toepassing is op het huidige art. 2.18.2 Besluit houders van dieren, dat in essentie gelijkluidend is aan art. 5.2 Varkensbesluit (oud). Samenhang met 16/05734 E (niet gepubliceerd).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen