HR 22 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:747
Antilliaanse zaak. Doodslag in Sint Maarten door met vuurwapen meerdere kogels af te vuren en voorhanden hebben vuurwapen. 1. Veronderstelde noodweer i.g.v. huisvredebreuk, art. 1:114 SrStM en art. art. 43 SrNA (oud). 2. Vonnis niet binnen tweemaal vierentwintig uren na uitspraak ondertekend door rechters die over zaak hebben geoordeeld en door griffier die bij uitspraak aanwezig is geweest, art. 410.1 SvStM. Ad 1. Zowel art. 43.2 SrNA (oud) als art. 1:114.2 SrStM bepalen dat i.h.k.v. een beroep op noodweer de verdediging wordt voorondersteld noodzakelijk te zijn indien aanrander het in art. 144 SrNA (oud) respectievelijk art. 2:65 SrStM bedoelde misdrijf huis-, lokaal- of erfvredebreuk begaat, met dien verstande dat, ingeval daarbij sprake is van het betreden van een (besloten) erf door aanrander, die vooronderstelling slechts geldt als dit misdrijf is begaan "in de onmiddellijke nabijheid van de woning". Mede in het licht van de ontstaansgeschiedenis van art. 43.2 SrNA en art. 1:114.2 SrStM geeft ’s Hofs oordeel dat een afstand van ruim 24 meter van de woning, vlakbij de openbare weg, niet als "in de onmiddellijke nabijheid van de woning" kan worden aangemerkt, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk. Ad 2. Middel berust op opvatting dat vormvoorschrift a.b.i. art. 410.1 SvStM van zodanig essentiële aard is dat bij enkele niet-naleving daarvan nietigheid moet volgen. Die opvatting is onjuist (vgl. m.b.t. art. 365.1 Sv Nederland HR NJ 1935, p. 685 en HR NJ 1949/429).
De uitspraak op rechtspraak.nl