HR 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:62
OM-cassatie. N-o verklaring in vervolging i.v.m. plaatsen lokfiets. Uitlokking? Tallon-criterium. Plaatsen van een lokfiets door politie teneinde personen die zich schuldig maken aan fietsendiefstal op heterdaad te kunnen betrappen is op zichzelf niet ongeoorloofd, ook al steunt dit niet op een specifieke wettelijke regeling (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BE9817). Gebruik van een dergelijk lokmiddel is i.h.a. niet onrechtmatig indien daardoor (a) verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht en (b) de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden. Hof heeft vastgesteld dat de politie een in goede staat verkerende fiets heeft geplaatst in een woonwijk, tussen de bebouwing, bij een speelveldje aan de achterzijde van woningen, waar doorgaans geen fietsen staan of worden gestald, dat verdachte daar "ineens een mooie fiets zag staan" en dat hij deze vervolgens heeft gestolen terwijl het "niet de opzet van verdachte is geweest om op die dag een fiets te stelen". ’s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat "het opzet van verdachte om de fiets te stelen is gecreëerd door de gebezigde opsporingsmethode van de politie" en dat verdachte derhalve geen eerlijk proces meer kan hebben, hetgeen ertoe leidt dat OM n-o is in de vervolging, is niet begrijpelijk. De enkele omstandigheid dat het aantreffen van de lokfiets verdachte op het idee heeft gebracht deze te stelen, maakt het plaatsen van die fiets teneinde personen die zich schuldig maken aan fietsendiefstal op heterdaad te kunnen betrappen immers niet ongeoorloofd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl