HR 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:613
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op auto i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen enig bestuurder en algemeen directeur A van klager (B.V. B). Toetsingsmaatstaf i.g.v. derdenbeslag, art. 94a.4 en 94a.5 Sv. Ingeval o.g.v. art. 94a Sv beslag rust op het inbeslaggenomen voorwerp en een derde in een beklagprocedure a.b.i. art. 552a Sv om teruggave verzoekt, moet de rechter als maatstaf aanleggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat die derde als eigenaar van dat inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk geven. Indien die derde als eigenaar wordt aangemerkt zal de rechter tevens moeten onderzoeken, en daarvan blijk moeten geven, of zich de situatie van art. 94a.4 of art. 94a.5 Sv voordoet (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BL2823). Uit de overwegingen van de Rb blijkt niet dat zij heeft onderzocht of zich de situatie van art. 94a.4 of art. 94a.5 Sv voordoet. De enkele overweging dat het zeer waarschijnlijk is dat A als enig bestuurder van het bedrijf B feitelijk en als enige de betreffende auto in gebruik heeft, is daartoe onvoldoende. De bestreden beschikking is derhalve ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl