HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:545

Rijden onder invloed (zonder rijbewijs). Tll. toegesneden op art. 8.3.a jo. 8.4 WVW 1994, terwijl Hof verdachte heeft veroordeeld t.z.v. art. 8.2.a WVW 1994. Grondslagverlating? Hof heeft blijkens bewezenverklaring tll. aldus verstaan, dat daarin aan verdachte o.m. wordt verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig na het in art. 8.2.a WVW 1994 bedoelde gebruik van alcoholhoudende drank. Deze - aan de feitenrechter voorbehouden - uitleg van tll. is niet onverenigbaar met de bewoordingen ervan en moet in cassatie worden geëerbiedigd. Van die uitleg uitgaande heeft Hof bij bewezenverklaring de grondslag van tll. niet verlaten. HR merkt op dat opvatting middel dat leden 3 en 4 van art. 8 WVW 1994 in een dwingende specialiteitsverhouding staan tot lid 2 van bedoeld art. in de zin dat toepasselijkheid van lid 3 of lid 4 toepasselijkheid van lid 2 zou uitsluiten, onjuist is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen