HR 3 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:500

Aan cassatieschriftuur gehechte stelbrief raadsman niet bij stukken, art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Staat omstandigheid dat verdachte ttz. in h.b. zonder raadsman is verschenen in de weg aan schending voorschrift? Uit stukken zoals weergegeven in CAG vloeit het ernstige vermoeden voort dat t.a.v. appeldagvaarding voorschrift van art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv niet is nageleefd. Niet-nakoming ervan staat in de weg aan geldige behandeling zaak, tenzij rechter voor wie zaak is aangebracht in redelijkheid mag aannemen dat verdachte geen prijs erop heeft gesteld hetzij ttz. te verschijnen en aldaar door zijn raadsman te worden bijgestaan hetzij in zijn afwezigheid door zijn uitdrukkelijk gemachtigde raadsman het woord ter verdediging te laten voeren. In aanmerking genomen dat uit p-v tz. in h.b. kan worden afgeleid dat verdachte aldaar zonder raadsman is verschenen, dat hij dacht voor een andere zaak te zijn verschenen en kenbaar heeft gemaakt normaliter bijstand te hebben van een advocaat, kon Hof niet in redelijkheid aannemen dat verdachte op die bijstand geen prijs (meer) stelde. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen