HR 16 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:45
Opzettelijk 25 valse bankbiljetten van € 500,- waarvan valsheid verdachte, toen hij die ontving, bekend was met het oogmerk om die als echt en onvervalst uit te geven, in voorraad hebben, art. 209 Sr. Oogmerk valse bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven? ’s Hofs oordeel dat verdachte het oogmerk had de valse bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt HR in aanmerking dat uit b.m. blijkt dat het Hof heeft vastgesteld dat in de auto waarin verdachte zat 25 valse bankbiljetten van € 500,- zijn aangetroffen, dat verdachte heeft erkend dat het valse geld van hem was, dat hij dat geld in zijn bezit had gekregen via een ander, dat verdachte wist dat het geld vals was, dat hij wist dat hij vals geld niet in zijn bezit mocht hebben en dat verdachte het geld op de bewuste dag had meegenomen en in zijn vest had gestopt. Aan deze f&o heeft het Hof de gevolgtrekking kunnen verbinden dat verdachte de valse biljetten met de bedoeling om deze in omloop te brengen had meegenomen, waarbij het mede betekenis heeft kunnen toekennen aan de omstandigheid dat verdachte geen verklaring heeft gegeven waarom hij het valse geld bij zich had.