HR 16 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:42
1. Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b., omdat het te laat is ingesteld. Kan geschrift marechaussee m.b.t. mededeling uitspraak e.a. worden aangemerkt als omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend was a.b.i. art. 408.2 Sv? 2. Rechtsgevolgen overschrijding inzendingstermijn in cassatie i.g.v. niet-ontvankelijkverklaring in h.b. Ad 1. Hof heeft o.b.v. een “stuk” van de marechaussee vastgesteld dat mededeling uitspraak betreffende vonnis Ktr op 8 december 2014 door een medewerker van de marechaussee aan verdachte in persoon is betekend. Gelet op de inhoud van dat stuk, is ‘s Hofs vaststelling niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat uitleg stuk is voorbehouden aan feitenrechter. Dit brengt mee dat ’s Hofs oordeel dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak Ktr verdachte op 8 december 2014 bekend was, zodat verdachte binnen 14 dagen daarna h.b. had moeten instellen, toereikend is gemotiveerd. Ad 2. Gelet op falen eerste middel moet er in cassatie van worden uitgegaan dat Hof verdachte terecht n-o heeft verklaard in zijn h.b., zodat vonnis in e.a. onherroepelijk is geworden. Gelet hierop kan klacht over overschrijding inzendingstermijn in cassatie, niet leiden tot vernietiging van 's Hofs uitspraak (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AO5711).
De uitspraak op rechtspraak.nl