HR 16 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:38
Aanwezigheidsrecht, dubbel verstek. Vermelding kantooradres raadsvrouwe, zoals opgenomen in aan schriftuur gehechte brief aan Hof met verzoek om toezending dossier, aan te merken als adresopgave a.b.i. art. 588a.1.c Sv? Falende klacht dat Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen niet-verschenen verdachte, aangezien i.s.m. art. 588a.1.c. Sv geen afschrift van appeldagvaarding is verzonden naar kantooradres. Opvatting waarop klacht berust, nl. dat indien een raadsman van een verdachte aan de griffie van het gerecht schriftelijk heeft verzocht om toezending van een afschrift van het procesdossier en aldus zijn kantooradres heeft opgegeven, dat adres heeft te gelden als adres waaraan o.g.v. art. 588a.1.c Sv een afschrift van de appeldagvaarding dient te worden gezonden, vindt geen steun in het recht (vgl. ECLI:NL:HR:2017:3190). CAG (anders): Leest in middel een slagende klacht over art. 51 (oud) Sv.
De uitspraak op rechtspraak.nl