HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:374
Aftrek a.b.i. art. 27 Sr bij een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:462 (civiele kamer) inhoudende dat bevel tot aftrek voorarrest ook ziet op het ten uitvoer te leggen voorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf. Hof heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het Hof had derhalve o.g.v. art. 27.1 Sr moeten bevelen dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de (eventuele) uitvoering van de vrijheidsstraf geheel in mindering zal worden gebracht, doch heeft verzuimd die aftrek te bevelen. Verdachte heeft evenwel onvoldoende in rechte te respecteren belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak. HR verwijst naar relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BZ4478, waaruit volgt dat een dergelijke fout zich leent voor herstel door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten, terwijl als een zodanige herstelbeslissing uitblijft, de uitspraak verbeterd moet worden gelezen, aldus dat de bedoelde aftrek is bevolen. HR verklaart het beroep met toepassing van art. 80a RO n-o.
De uitspraak op rechtspraak.nl