HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2350

Recidiveregeling art. 123b WVW 1994 en ontvankelijkheid OM in vervolging t.z.v. rijden onder invloed met ademalcoholgehalte van 740 microgram, art. 8.2.a WVW 1994. Verwerping verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM. Leidt omstandigheid dat rijbewijs o.g.v. art. 123b.1 WVW 1994 van rechtswege geldigheid verliest indien sprake is van recidive tot n-o OM? O.g.v. art. 123b.1 WVW 1994 verliest een rijbewijs van rechtswege geldigheid indien aan daar gestelde voorwaarden is voldaan. Daarvan is sprake in geval van recidive t.z.v. met middelengebruik verband houdende verkeersdelicten. Verlies van geldigheid van rijbewijs is het directe gevolg van onherroepelijk worden van een tweede veroordeling t.z.v. zo een delict dat is begaan binnen de in art. 123b.1 WVW 1994 genoemde periode van vijf jaar. Dat betekent dat strafrechter bij vervolging van het feit dat tot die tweede veroordeling leidt, bij straftoemeting rekening kan houden met gevolg dat door regeling van art. 123b WVW 1994 wordt verbonden aan veroordeling indien deze onherroepelijk wordt. Dat heeft Hof blijkens zijn strafmotivering in deze zaak ook gedaan. Anders dan het middel betoogt, is ontvankelijkheid van OM in de vervolging voor een met middelengebruik verband houdend verkeersdelict niet in het geding door enkele omstandigheid dat onherroepelijke veroordeling tot gevolg heeft dat rijbewijs o.g.v. art. 123b WVW 1994 van rechtswege geldigheid verliest. Dat betoog vindt geen steun in het recht, ook niet in de door het middel genoemde bepalingen van het EVRM. Evenmin gaat een vergelijking op met de uitzonderlijke situatie a.b.i. ECLI:NL:HR:2015:434, reeds omdat het daar ging om de situatie dat, nadat de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma was opgelegd, strafvervolging t.z.v. hetzelfde feit plaatsvond. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken