HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2348

Economische zaak. Opzettelijke overtreding voorschrift art. 18.18 Wet milieubeheer, begaan door rechtspersoon. Sprake van handelen in strijd met een vergunningsvoorschrift doordat verdachte verontreinigde grond heeft “bewerkt”? Hof heeft m.b.t. bewezenverklaring o.m. overwogen dat aan verdachte vergunning is verleend voor het in werking hebben van inrichting voor opslag, overslag en bewerking van o.m. verontreinigde grond. Aan die vergunning is voorschrift verbonden dat verontreinigde grond uitsluitend mag worden geaccepteerd en op- of overgeslagen indien de partij reinigbaar is en dat verontreinigde grond niet binnen de inrichting mag worden be- of verwerkt. Door verdachte zijn brokken steen uit verontreinigd zand gehaald d.m.v. zeven. Hof heeft geoordeeld dat zeven o.g.v. aan verdachte verleende milieuvergunning valt onder “bewerken”. HR: De uitleg van een vergunningsvoorschrift als het onderhavige is van feitelijke aard, zodat oordeel Hof dienaangaande in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid kan worden getoetst (vgl. ECLI:NL:HR:1995:ZD0054). ’s Hofs oordeel dat de in zijn overwegingen nader omschreven handelingen m.b.t. verontreinigde zand zijn aan te merken als "bewerken" i.d.z.v. het vergunningsvoorschrift, is niet onbegrijpelijk. Daarop stuit de klacht af. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken