HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2337
Feitelijke leiding geven aan opzettelijk aanwezig hebben ruim 18 kilo henneprestanten, art. 3.C Opiumwet. Reikwijdte exceptie art. 12 Opiumwetbesluit m.b.t. hennep kennelijk bestemd voor winning vezel of vermeerdering zaad voor productie vezelhennep. Verwerping door Hof van verweer dat verbodsbepalingen Opiumwet n.v.t. zijn op aanwezig hebben vezelhennep met bedoeling heilzame thee of cannabidiol-olie (CBD-olie) te maken. O.g.v. totstandkomingsgeschiedenis Opiumwetbesluit moet worden aangenomen dat exceptie art. 12 Opiumwetbesluit ook geldt t.a.v. aanwezig hebben hennep a.b.i. art. 3.C Opiumwet, indien en v.zv. onlosmakelijk verbonden met productieproces vezelhennep, en aan overige eisen art. 12 Opiumwetbesluit is voldaan. ’s Hofs oordeel dat art. 12 Opiumwetbesluit uitsluitend geldt t.a.v. in art. 3.B Opiumwet bedoelde gedragingen en niet t.a.v. 'aanwezig hebben' a.b.i. art. 3.C Opiumwet miskent hetgeen hiervoor is overwogen. Geen cassatie, nu Hof verweer slechts had kunnen verwerpen, omdat niet meer is aangevoerd dan dat de hennep enkel was bedoeld voor maken van thee of CDB(-olie), terwijl exceptie waarop verdediging beroep heeft gedaan slechts betrekking heeft op productie vezelhennep. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl