HR 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2235

Medeplegen kraken (art. 138a.1 Sr). Is sprake van “beëindigd gebruik” a.b.i. art. 138a Sr t.g.v. opzegging bruikleenovereenkomst door rechthebbende (gemeente)? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/04363, 17/04383, 17/05441 en 17/05442.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/04373
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 juli 2017, nummer 22/004272-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.J.M. van den Brûle, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken