HR 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2091

Voorhanden hebben nagebootst pistool dat lijkt op vuurwapen, art. 13.1 WWM. Nagebootst pistool een speelgoedvoorwerp a.b.i. art. 3 RWM jo. EU-Richtlijn 2009/48/EG (Speelgoedrichtlijn)? Het Hof heeft het verweer verworpen o.g.v. dat het pistool geen speelgoedvoorwerp is a.b.i. de Speelgoedrichtlijn omdat het niet is voorzien van de CE-markering die ingevolge art. 16 Richtlijn vereist is om als speelgoed a.b.i. die Richtlijn te worden aangemerkt. Gelet op doel en strekking van de CE-markering zoals daarvan blijkt uit Besluit van de Raad van de EG van 22 juli 1993, 93/465/EEG en uit art. 3.16 Speelgoedrichtlijn, heeft het Hof ten onrechte geoordeeld dat ingevolge art. 16 Speelgoedrichtlijn een voorwerp als i.c. eerst kan worden aangemerkt als speelgoed a.b.i. Speelgoedrichtlijn als het is voorzien van een CE-markering, nog daargelaten dat art. 17.1 Speelgoedrichtlijn de mogelijkheid openlaat dat deze markering niet is aangebracht op het speelgoed zelf, maar op een daaraan bevestigd etiket of op de verpakking. De gegrondheid van het middel leidt echter niet tot cassatie. Gelet op de bewezenverklaring en de bewijsvoering - waaronder de vaststelling van het Hof dat het voorwerp dat verdachte voorhanden had, naar vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen van het merk Beretta model 92 - moet in cassatie het ervoor worden gehouden dat verdachte een imitatie van een echt vuurwapen voorhanden had. Indien een imitatie van een echt vuurwapen is vervaardigd voor verzamelaars en dat voorwerp (of de verpakking ervan) is voorzien van een zichtbare en leesbare aanduiding dat zij is bestemd voor verzamelaars van 14 jaar en ouder, kan dat voorwerp reeds op grond van art. 2.1, tweede volzin, Speelgoedrichtlijn jo. Bijlage I.2.e niet worden beschouwd als speelgoed. Daarbuiten geldt op grond van art. 2.1, eerste volzin, Speelgoedrichtlijn dat een voorwerp slechts dan als speelgoed kan worden aangemerkt in het geval dat het is ontworpen of bestemd om door kinderen jonger dan 14 jaar bij het spelen te worden gebruikt. Weliswaar is namens verdachte aangevoerd dat sprake is van een "speelgoedpistool", maar niet is aangegeven dat en waarom aan die specifieke, in de Speelgoedrichtlijn gestelde voorwaarde zou zijn voldaan. Gelet daarop en daarnaast in aanmerking genomen hetgeen het Hof heeft vastgesteld omtrent de (uiterlijke) kenmerken van het voorwerp dat verdachte voorhanden had, heeft het Hof het verweer dan ook terecht verworpen. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen